De voorpagina van het A5-boekje.

1. De fases van ontwerp
Als je een goed idee wilt genereren is het een goed idee om de 'fases van ontwerp' te volgen. Deze fases zijn: Oriënteren, Definiëren, Idee-Ontwikkeling, Conceptualiseren en Evalueren. 
Orïenteren en Idee-Ontwikkeling zijn vaak manieren om je proces te 'divigeren'. Dit betekent dat je breder gaat zoeken naar oplossingen.
Definiëren en Conceptualiseren zijn manieren om te convergeren. In deze stages schrap je ideeën die niet zo goed zijn als de andere ideeën. Met deze ideeën ga je aan de slag.

Uitleg van de iconen voor de lezer.

2. Mogelijke manieren van oriënteren
Er zijn verschillende mogelijkheden om te oriënteren op mogelijke oplossingen. Je kan bijvoorbeeld een programma van eisen opstellen. Dit is een lijst waarin je alle technologische en contexteisen in zet waar het product aan moet voldoen. Dan heb je gelijk de kaders van je probleem gevonden. Vervolgens kan je de MoSCoW-methode (Must, Should, Could, Would) gebruiken om te kijken bij welke eisen de prioriteit ligt. Alle musts kan je bijvoorbeeld aan elkaar koppelen.
Je kan ook een experiencemap maken waarbij je het gevoel van een gebruiker van begin tot eind meet, zodat je erachter komt waar de knelpunten liggen in een probleem. Dit is vaak een effectieve methode wordt ingezet door winkeliers die willen dat klanten graag een goede ervaring hebben in de winkel.
Een imageboard met daarop de stijlen en bestaande ideeën die je gaat gebruiken in je project kan je ook alvast maken om op gang te komen.
Als laatste werkt natuurlijk de klassieke deskresearch goed om inspiratie op te doen over je onderwerp. Hiermee kan je je probleemstelling verduidelijken en al bestaande oplossingen ondervinden.

Mijn uitleg over het programma van eisen en de MoSCoW-methode in de design-handleiding.

3. Mogelijke manieren van Definiëren
Als je dan eenmaal een aantal ideeën hebt om mee te beginnen, moet je gaan definiëren welke ideeën je nodig gaat hebben voor je proces. Dit betekent dat je onnodige ideeën schrapt en met een kleiner aantal overblijft. Hier zijn ook handige methoden voor.
Je kan bijvoorbeeld een PMO (Plus, Min en ontwikkeling) maken. Dit is een schema waar je je ideeën kan neerzetten en daar de voor en nadelen van kan bekijken. Daarmee zie je in één oogopslag welke ideeën het meest levensvatbaar zijn. Dit is kijken naar je ideeën met een kritische blik.
Je kan ook een 'Harris profiel' maken. Hierin kan je ideeën tegen elkaar afzetten door ze te beoordelen in welke maten ze aan je eisen (vanuit je programma van eisen) voldoen. Het idee wat aan de meeste eisen voldoet is vaak het beste idee. Het nadeel is dat de formulering van je eisen en de weging van je eisen ook mee kunnen tellen, wat niet in het schema te zien is.
Er is bijvoorbeeld ook nog de morfologische kaart, waar je je deelproblemen kan opschrijven en mogelijke oplossingen schetst naast de deelproblemen. Daarna kies de de beste oplossing per deelprobleem en heb je een grotere oplossing die de deelproblemen oplost.

De bladzijde uit de design-handleiding over de morfologische kaart

4. Manieren om ideeën te genereren
De bekendste vorm van idee-generatie is de 'klassieke brainstorm'. Dit is echter ook gelijk één van de slechtste vormen van idee-generatie. In een groep zal nooit iedereen zijn creatiefste gedachten uitspreken, omdat er altijd mensen in een groep zijn die het idee onderuit gaan halen door te zeggen dat het 'onrealistisch of onhaalbaar' is. Daarbij worden vaak de woorden 'Ja maar...' gebruikt. 
Je kan ook gaan 'Negatief Brainstormen'. Dit is brainstormen, maar dan op een 'slechte' manier. Je gaat met een groep mensen om de tafel zitten en je verzint de slechtste oplossingen voor de problemen die er liggen. Daarna draai je de slechte oplossingen om in goede oplossingen en schrijf je deze creatieve uitspattingen op. Met deze ideeën kan je door naar een andere methode.
Een methode die daar op lijkt is 'Reverse brainstorming'. Wanneer er een vraag ligt, zoals: "Hoe verdubbelen we de sales?" kan je als groep eerst nadenken over hoe de sales gehalveerd zouden kunnen worden. Je gaat dus kijken vanaf een verkeerde vraagstelling waar je op uit komt en probeert met deze ideeën uiteindelijk de andere richting weer op te denken met de opgedane inspiratie.
Als laatste voor de idee-generatiemethoden is het nog even goed om te kijken naar de crazy 8's. De crazy 8's-methode is bedoelt om snel ideeën met daaropvolgende variaties te verzinnen. Als je een A4-blad pakt en deze 2 keer vouwt krijg je 8 vakjes. Maak nu binnen 5 minuten 8 snelle ideeën die gebaseerd zijn op je eerste schets. Daarna kan je met anderen overleggen wat het beste idee is.
Er zijn nog veel meer methoden om ideeën te genereren, maar dit is te veel om verder te vertellen in het huidige portfolio.

Wat heb ik er van geleerd?
Ten eerste heb ik adobe InDesign tot zijn uiterste kunnen benutten en kunnen oefenen met het printen en hechten van een A5 boekje.
Daarnaast heb ik een hele boel methodieken meegekregen om te gebruiken als ik even vastzit in een creatief proces. Van allerlei idee-generatie-methoden leer je wat er goed en minder goed aan is en hoe goed ze toe te passen zijn in de realiteit. Ik ga van deze kennis in de toekomst gegarandeerd gebruik van maken.
Wat zou ik volgende keer anders doen?
Als ik een soortgelijk boekje opnieuw zou maken, zou ik meer tips en theorie over idee-generatie vastleggen. Ook zou ik het boekje netter opmaken.

Inhoudsopgave van de design-handleiding.

Back to Top